Lichtmis en kinderzegen

Ik zie de lichtjes nog branden, onze steden en gemeenten hielden ze nog wat langer aan, kwestie van gezelligheid in deze benarde tijden van corona, van alleen zijn en angst.

 

Jij hebt toch ook de sterren gezien en die ene van Betlehem, in de voorbije advent en kersttijd, een ster die de herders en de wijzen leidden mocht naar de stal?

 

We steken samen kaarsjes aan bij de urne en het lichaam van een overleden familielid en vriend, in de kerk, samen sterk, woordeloos, met licht van de paaskaars, het Licht van de Verrezen Heer die ons uitnodigt en wenkt om verder te gaan in het Leven.

 

Velen van deze lichtzoekers en -vinders, zullen zich weer verzamelen met Pasen, met of zonder dienst, rond het Licht van de Verrezene. Profetisch, niet eraan toegevend dat deze benarde tijden de laatste zijn, dat deze bitterheid van een mentale ballingschap (geen  kerkdiensten) de sleutel is op het leven nu. Niet willend dat hopeloosheid groeit en mensen van het mooiste berooft!

 

Daarom, en met deze mensen die geloven en hopen en liefhebben en die daarom zoveel missen en pijn lijden, steken we hetzelfde licht wéér aan met een andere naam, dat van Lichtmis. Tussen Kerstmis en Pasen in, de veertigste dag na de vreugde in Betlehem: een Kindje met geopende armen en handen verwelkomde óns en toonde zich toen al onschuldig zoals Hij op het kruis met geopende armen ons allen zal omarmen.

 

Net zoals de senioren Simon en Hanna naar de tempel kwamen, toen, met een voorgevoel het jonge leven daar te zullen begroeten, dragen vandaag moeders en vaders, jonge mensen, hun kinderen naar de kerk om hen te laten zegenen. Net zoals Jozef en Maria deden. Dit gebeurde met Lichtmis, de allereerste in Jeruzalem, in de tempel waar God woont die zegt over het volwassen geworden Kind: “Dit is mijn Kind, Ik heb er alle welbehagen in. Luister goed naar Hem.”

 

Het was mij een grote vreugde over de kinderen van heel de Mariaparochie te kunnen zingen en hen en hun ouders te zegenen, al zes keer met Lichtmis, en ik zal dat nu weer doen waar en wanneer je het misschien niet zult horen, want corona ziet ons niet graag samen:

“Ik zegen jou in Jezus’ naam, Hij bewijst zijn trouw. Ik zegen jou in Jezus’ naam, Hij blijft bij jou. Een bloem die in de schaduw groeit houdt zijn blaadjes dicht. Een bloem bloeit open in de zon, groeit naar het licht. Wanneer het leven tegenvalt, mensen doen je zeer. Bedenk: op wie de regen valt, groeit naar de Heer. Ik zegen jou in Jezus’ naam, Hij bewijst zijn trouw. Ik zegen jou in Jezus’ naam, Hij blijft bij jou.”

 

Mooie woorden, eenvoudige en juiste tekst. Van de gelovige componist en dichter en vader Rikkert Zuidervelt. Dat woord overkomt ons. God ziet ons graag. Maar er zitten addertjes onder het gras. Die liefde moet kunnen doorstromen. We moeten ook licht làten schijnen in het leven, in dat van ons en van anderen, het licht van God; dit is niet per se ons eigen licht, nauwelijks een pillampje groot of sterk, wat we ook denken en zeggen en demonstreren, thuis en in de kerk.

 

Gods licht is anders. Verrassend. Daarom doet het wonderen. Het ontsluit het duister in eigen hart en dus ook in dat van anderen. Het doet een mens groeien en bloeien en wórden wie God diep in hem of haar gelegd heeft om te ontplooien: ‘ons’ geheim én een verrassing voor ons. Als dat tot ontplooiing komt zullen vele zo niet alle mensen heel blij en dankbaar zijn. Licht in het duister.

 

Vader en moeders, geloof in je kinderen, zie hen graag in Gods naam. Leid hen in de ruimte waar God woont. Kinderen, eer en dank je ouders. Het Licht zal als nooit tevoren weer schijnen.

 

Pater Herman

 

Archieffoto Kinderzegen Opstal 2017