Pinksternoveen 2020

Samen met alle christenen in de hele wereld bereiden we ons biddend voor op het Pinksterfeest. Jezus zelf gaf zijn leerlingen de opdracht “de belofte van de Vader af te wachten: Johannes doopte met water, maar gij zult over enkele dagen gedoopt worden met de Heilige Geest” (Handelingen 1,4-5).

Dit jaar gebruiken we als leidraad de tekst van de sequentie van Pinksteren, zoals die gezongen wordt in de liturgie van de katholieke Kerk.

 

Kom, O Geest des Heren, kom
uit het hemels heiligdom
waar Gij staat voor Gods gezicht.

 

Kom der armen troost, daal neer,
kom en schenk uw gaven, Heer,
kom wees in de harten licht.

 

Kom, o Trooster, ‘Heil'ge Geest,
zachtheid die de ziel geneest,
kom verkwikking zoet en mild.

 

Kom, o vrede in de strijd,
lafenis voor ’t hart dat lijdt,
rust die alle onrust stilt.

 

Licht dat vol van zegen is,
schijn in onze duisternis,
neem de harten voor U in.

 

Zonder uw geheime gloed
is er in de mens geen goed,
is de ziel niet rein van zin.

 

Was wat vuil is en onrein,
overstroom ons dor domein,
heel de ziel die is gewond.

 

Maak weer zacht wat is verstard,
Koester het verkilde hart,
Leid wie zelf de weg niet vond.

 

Geef uw gaven zevenvoud,
dat ieder die op U vertrouwt,
zich geheel op U verlaat.

 

Sta ons met uw liefde bij,
dat ons einde zalig zij,
geef ons vreugd die niet vergaat.

 

 

Enkele inzichten bij dit lied over het (laten) komen van de Geest

 

Eerste en tweede strofe is de deur: Kom, zeggen en zingen wij, kom binnen bij ons, Gij hoge Gast die ons ‘arme’ mensen tegemoet komt met zoveel gaven. Deze strofen zijn het portaal van het lied.

De negende en tiende strofe is het slot; er staat tweemaal in het Latijn “geef”, “da”. Heerlijke en eerlijke gaven die vreugde zullen brengen in ons vaak dorre leven. Deze strofen gelden als de exit, de uitgang; een afsluiting.

Strofen drie en vier horen samen, vijf en zes in het midden, en zeven en acht. Het is een mooie constructie, een bewust bijeengebracht lied.

 

 

Meer in detail

 

  1. Heilige Geest, kom, herhaal het pinksterwonder; zeker nu we moeten leven in ontbering want we kunnen u niet vieren zoals we verlangen, en U niet tegemoet zingen als gemeenschap bijeen. We herinneren ons psalm 104, “De Geest vervult de schepping”, de aarde. Laat het vandaag gebeuren. Aan ons.
  2. Kom, Vader van de armen – zie de Bergrede – , Geest, gever van de gaven – van negen gaven weet Paulus ons te vertellen in de Galatenbrief –, Zoon, Licht van de harten – Johannes dichtte dat Hij, Jezus, het Licht is dat in de wereld komt –. Samen bezingen we zo de Drie-eenheid.
  3. Nog drie andere titels voor de Geest: na Vader van de armen, Gever van de gaven en Licht van de harten: ook de troostende Helper en de zachte Gast die in ons woont, en de Verfrisser die verkwikking brengt ook in tijden als deze corona-periode. Het lied loopt doorheen de geschiedenis die niet alleen van mensen is, maar die ook door God behartigd en bewoond wordt.
  4. Hoe ziet die verfrissing eruit? “In moeite rust, in stormen stilte, en in tranen troost”.

“In” en niet “na”. Verrassend zoals de Geest zelf is. Deze korte snedige vertaling is zeer ter zake en verbloemt niet. We denken aan de profeet die zijn leven riskeert, ook vandaag, aan mensen op de barricades die hun mond niet meer houden en de vinger op de wonde leggen (Wat na deze corona? Weer van hetzelfde!?). De storm op het meer en het bootje dat bijna vergaat en wij zitten er met de leerlingen allemaal in, en Jezus schijnt goed te slapen, want op een kussentje, zegt Marcus. Herinner je de jongeling van Naïn en het meisje van twaalf; wat een tranen om het jonge leven dat al dood is gegaan. Het lied heeft weet van het leven zoals het is.

  1. “Allermooiste” licht wordt de Geest genoemd, en Hij komt in het “binnenste” van ons hart. Twee keer super! Van het hoogste naar het diepste beweegt de Geest. Augustinus, als jonge man al bisschop geworden tegen zijn eigen planning in, heeft dit gezien: “God is zo innerlijk thuis in ons, meer dan wijzelf!” – Wat een Geest. Die moet wel heilig makend, gezond makend zijn.
  2. Samen met vijf is deze strofe zes het hart van dit lied, van dit gebed. Mooi in het midden. We belijden daar ook het kernstuk: “zonder U zijn wij niets, los van U gaan we verloren, zijn we niet goed bezig”. Geloven is met God rekening houden, mogen bestaan en Hem dankzeggen erom. Jammer dat vele mensen dat leven zo zwaar ervaren, en nog erger dat mensen elkaar dat aandoen.
  3. Zeven en acht brengen zonder omwegen aan waar het wringt èn waar toekomst is. Het vuile, verdorde, gewonde, verstarde, verkilde en verdwaalde (ga maar eens voor je spiegel staan) houden ons van God weg; maar dagelijks kunnen wij ons oefenen (bijna als verrichtingen in de keuken) en vergeven en vergeving vragen en ons omvormen tot wie we echt zijn: wassen, besproeien, genezen, soepel maken, verwarmen en juist richten.
  4. Samen met strofe zeven: zes gebeden zonder kronkels. Echt, voelbaar, gevoelig. Het zou ons moeten raken, zéér raken. Het gaat òns aan.
  5. Geef, heilige Geest, uw gaven. Jesaja noemt er zeven bij naam: wijsheid, inzicht en raad, sterkte, kennis, eerbied en ingetogenheid.
  6. Konden we maar ontvangen wat de Geest ons wil geven! Vouwden we maar onze handen open! Wèg de vuisten en de grijpers en de omklemmers! God die wij leerden kennen, duwt ons niet weg, neemt ons huis niet in. God heeft tact, wij zijn het die bang zijn. Hij bezielt het huis waar we wonen, Hij verwarmt het leven! Daarom vragen we: kom bij ons wonen!

 

Deze prachtige tekst is zo vaak bezongen. Googelt maar, laat You Tube maar eens los. Je hoort wat. Je ziet wat. Mensen voelen dat deze tekst hen diep raakt als ze tenminste nog raakbaar zijn. Je huid, je hand, je hart… we zijn zwaar beproefd door aanrakingen die in coronatijd niet mochten, niet konden, gevaarlijk waren en altijd gevaarlijk kunnen zijn. En we hebben het samenzijn nodig, ook straks in de kerk, onze huid herleeft, ons hart zingt. Wees diep bewust van het geheim dat God ons ook wil raken én dat Hij zelf zeer aanraakbaar is. Het is de Geest die dit bewerkt. Maar vraag het Hém, denk niet dat je zelf al weet en kunt. Niet zomaar! De ene aanraking is de andere niet. Aangeraakt worden is leven ontvangen en niet voor even. Met de Brusselaars zeggen we klaar: ‘laat je toucheren’! Door Gods aanraking, en laat de jouwe daar een deeltje van zijn, een geestig sprankeltje. Vol hoop. Zalig Pinksteren.

 

Pater Herman

 

 

Extra informatie: