Waar ben ik?

 

Over dementie wordt de laatste tijd veel gesproken en geschreven. Ook in parochies staat het onderwerp op de agenda, althans ik hoop dat het er plaats kan krijgen , niet in de laatste plaats vanwege de vergrijzing onder de gelovigen. Ondanks dit wordt er nog maar op weinig plekken gestalte gegeven aan geestelijke zorg aan dementerenden en blijft er ongemak en verlegenheid met het onderwerp bestaan. 

 

Nog de moeite?

Deze verlegenheid en dit ongemak hebben tot gevolg dat ouderlingen en bezoekmedewerkers (waarvan we er nog steeds veel te weinig hebben) soms maar liever niet langsgaan bij parochianen die lijden aan dementie, omdat zij niet weten hoe zij een dergelijk pastoraal contact vorm kunnen geven. En ook is er twijfel aan het ‘nut’ van een dergelijk bezoek, want: wat krijgt iemand er nog van mee? 

Het zijn echter niet alleen vrijwilligers die hiermee worstelen: professionals in de geestelijke zorg lijken niet zelden minder verlegen te zijn met het onderwerp. Ook zij blijven soms weg bij dementerende parochianen. Dit is extra pijnlijk omdat juist van professionals wordt verwacht dat zij er kunnen zijn voor iedereen. Het raakt mij dan ook bijzonder als ik hoor van een pastoraal medewerker die tegen zijn collega zegt: ‘daar hoef je niet naar toe hoor, die is toch dement’. Of wanneer ik hoor van een priester, die antwoordt op de vraag of hij op bezoek wil gaan bij iemand die lijdt aan dementie: ‘Nee, daar heb ik de mensen van ziekenzorg voor…’. 

 

Nog menselijk?

Ondanks de grotere aandacht voor dementie is eenzelfde ongemak en verlegenheid in het omgaan met dementerenden ook merkbaar in de maatschappij. Naast het gezonde lichaam, is onze rationaliteit, ons bewustzijn, een zeer grote waarde in onze cultuur. Mensen die lijden aan dementie zijn ‘geestelijk niet meer in orde’ en hun plek in onze samenleving wordt daarmee onduidelijk. Als je niet meer aangesproken kunt worden als een mondig en onafhankelijk mens, neemt voor velen als het ware ook je mens-zijn af. Het gebeurt in ons verpleeghuis dan ook nog wel eens dat een familielid van iemand die aan dementie lijdt verzucht: ‘heeft dit leven nog wel zin?’ 

En iedereen kent wel iemand die altijd al heeft gezegd: ‘als ik zo word, geef me dan maar een spuitje’…. 

Onlangs hoorde ik een verpleeghuisarts vertellen over zijn collega-huisartsen, die momenteel overspoeld worden met patiënten die vragen om een wilsverklaring. Deze patiënten willen dat, wanneer zij dement worden en wilsonbekwaam, er een einde aan hun leven wordt gemaakt. Dement zijn staat bij veel mensen gelijk aan: mensonterend leven. 

 

Ik ben er voor je

Goede zorg voor mensen die lijden aan dementie, ook goede geestelijke zorg, gaat tegen dit beeld in. Goede zorg zegt eigenlijk: daar waar ziekte ont-eren kan (want inderdaad, dementie kan dit soms doen), willen wij de dementerende juist eren. Niet alleen om wie hij of zij was, maar zeker ook om wie hij of zij is. Dat kunnen we doen door liefdevolle en zorgzame aandacht te geven. Door te luisteren naar de vragen die er bij de dementerende leven en ons best te doen hem of haar te begrijpen, door hen die bij onze gemeenschap horen te laten ervaren: u hoort er nog steeds bij. We onderstrepen daarmee dat we als mensen bij elkaar horen, dat iedereen evenveel waarde heeft, dat er zin gevonden kan worden in een leven waar die er niet lijkt te zijn. En waar het gaat om geestelijke zorg vanuit een kerkelijke gemeenschap, belijden we daarmee ook ons geloof in God, die niemand afschrijft. 

 

Leren mee omgaan

Het omgaan met mensen die lijden aan dementie is een doorgaand leerproces. Ook ikzelf heb hierin mijn weg moeten leren vinden, en ik ontdek nog steeds nieuwe dingen. De basis die ik meekreeg vanuit mijn theologische opleiding was smal - deze specifieke vorm van pastorale of geestelijke zorg vormde hier helaas geen onderdeel van. Maar ook in de literatuur ter verdieping van mijn vakgebied is dit onderwerp slechts in de marge te vinden. 

De pastoraal bood mij gelukkig de ruimte om me te ontwikkelen. Daarmee ging er een nieuwe wereld voor me open en kwamen er heel bijzondere mensen op mijn weg. Natuurlijk kwam en kom ik op die weg ook heel wat tranen, angsten en zorgen tegen, maar er mocht en mag eveneens genoten worden van elkaars nabijheid en van het delen van vreugde en vrede. Natuurlijk stond en sta ik soms ook met grote aarzeling en verlegenheid in een kamer of aan een bed, maar juist ook in die kwetsbare en spannende momenten gebeur(d)en er mooie dingen.

 

Langs deze weg wil ik een oproep doen voor ziekenbezoekers die eenmaal in de week één iemand willen bezoeken bij hen thuis of in zorghuis. Geef je naam door aan het secretariaat (elke voormiddag van maandag t.e.m. vrijdag) 052 41 05 95 of secretariaat@parochiebuggenhoutlebbeke.be

 

Alvast bedankt.

 

Geert C. LEENKNEGT, priester

 

 

--------------------------

dit artikel werd gepubliceerd in het parochieblad Week: 34 (21 augustus 2019) Editie: 2172 – Kerk en Leven Lebbeke