1 mei
1 Mei is een verlofdag en die het weet zal die dit jaar zeker op de maandag of een andere dag nemen, aangezien 1 Mei 2022 op een zondag valt.

1890

Deze dag van de socialistische, communistische en anarchistische arbeidersbeweging, zoals Denise De Weerdt dit omschrijft, is gegroeid uit een oude eis om slechts acht uur per dag te werken, en werd vastgelegd in Amerika bij het eerste congres van de Tweede Internationale in 1889 om het jaar erop 1 mei tot internationale strijddag te maken.

 

1891

De Kerk zou in 1891 met de encycliek Rerum Novarum (Latijn voor Over de Nieuwe Dingen) door paus Leo XIII geschreven, opkomen voor de situatie van de arbeidersklasse en pleiten voor een rechtvaardig loon, het recht op eigendom en solidariteit met de zwakkeren. Deze verantwoordelijkheid ligt zowel bij de overheid die hiervoor een kader moest creëren als bij de vorming van vakbonden die de aandacht moesten verscherpen.Tot op vandaag wordt deze encycliek nog steeds herdacht op Onze Heer Hemelvaartsdag door de christelijke arbeidersbeweging.

 

1955

Het is pas met paus Pius XII dat de gedachtenis van Jozef Arbeider in 1955 werd ingesteld als antwoord op de 1 Mei-viering of Dag van de Arbeid in communistische staten en in landen waar communisten en socialisten veel invloed hadden. De eerste dag van de meimaand, een maand die is toegewijd aan Maria, werd daarmee ook een katholieke feestdag van de arbeid door St.-Jozef Arbeider te gedenken. Het werd een aanvullende viering op 19 maart Sint Jozef, bruidegom van de Heilige Maagd Maria, Patroon van de universele Kerk. Traditioneel wordt in de volkstraditie maart toegewijd aan Jozef.

 

Toch was ook deze instelling een antwoord of reactie op de tijd. In de naoorlogse periode namen communistische partijen deel aan verscheidenen regeringen in Europa. De sluiting van het Warschaupact in 1955 en het bijzondere succes van communistische politieke en syndicale organisaties in Italië verklaren de noodzaak van Rome om een katholiek antwoord te formuleren op de verzuchtingen binnen de arbeidersklasse.

 

Pius XII stelde Sint Jozef, de timmerman uit Nazareth, ten voorbeeld voor de arbeiders. Hij wilde daarmee de arbeid heiligen en het proletariaat een patroon geven. Zo hoopte hij de katholieke vakbewegingen te ondersteunen in hun strijd om sociale gerechtigheid en een spirituele dimensie toe te voegen aan de maatschappelijke debatten over de waarde van de arbeid. De term proletariaat is een Marxistisch begrip en verwees naar de armste klasse van de samenleving van bezitloze(n) (arbeiders).

 

Liturgie

In ons huidige missaal is de Sint-Jozefviering op 1 mei een facultatieve gedachtenis, behalve als de echtgenoot van de Heilige Moeder Gods de patroon is van een kerk, bisdom, plaats of instituut.

Het gebed in de eucharistie en het getijdengebed luidt:
God, Gij hebt de mens geschapen en de arbeid tot wet van zijn leven gemaakt. Wij vragen dat wij, naar het voorbeeld van de heilige Jozef, mogen beantwoorden aan uw opdracht en loon naar werk ontvangen. Door onze Heer Jezus Christus die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen. Amen.

 

Juist en toch anders

In deze actie en in alle andere reacties die terug te vinden zijn in de sociale leer van de Kerk heeft ze een goeie positie ingenomen door het socialisme (van toen) te ontmaskeren als een vervreemding van de arbeider van zijn arbeid. De arbeider was ondertussen verworden tot een radertje binnen een nationale en geplande abstracte huishouding met een louter materiele en politieke dimensie. De Kerk benadrukte opnieuw arbeid als individueel zinvol en deugdzaam doel van de mens, belichaamd in de H. Jozef.

Echter, er is weinig evangelische basis hiervoor, mede omwille van de schaarse verwijzingen.

Het beeld van Jozef als arbeider, hoewel timmerman, zou vandaag kunnen gezien worden als een kleine artisanale zelfstandige. Het is zelfs niet helemaal zeker of hij een timmerman was. Het Griekse woord ‘teknon’ (Matt 13,55) betekent wel timmerman of technisch geschoolde arbeider, maar moet vermoedelijk in zijn joodse betekenis gelezen worden (Hebreeuws ‘naggar’) als iemand die een Thora-geleerde is en daardoor meewerkte aan de bouw van tempels (voorbehouden voor Thora-kenners).

De recuperatie van Jozef als Arbeider in de naoorlogse periode valt dus terug te brengen op dat ene Griekse woordje.

 

Vrije dag

Het belang van arbeid mag onderlijnd worden en moet steeds gezien worden in relatie tot materieel en geestelijk welzijn. Het doel op zich is uiteraard nooit arbeid maar een menselijke ontplooiing en meer mens worden. Laten we daarom ook het ondernemerschap niet vergeten. In dit alles is het ‘goddelijk plan om door arbeid tot grotere rechtvaardigheid te komen, een betere medemenselijkheid en een meer humane ordening in de sociale verhoudingen’ (Laborem Excercens, art. 26).

“Werkende mensen, wat hun taak ook is, werken samen met God zelf en worden op een of andere manier scheppers van de wereld die ons omringt. Het werk van de Heilige Jozef herinnert ons eraan dat God zelf, door mens te worden, het werk niet verachtte. De werkloosheid die veel broeders en zusters treft en die de laatste tijd door de coronapandemie toegenomen is, moet een gelegenheid zijn om onze prioriteiten te herzien. Laten wij de Heilige Jozef Arbeider smeken om wegen te vinden om onze vaste overtuiging te verwoorden dat geen enkele jongere, helemaal niemand, geen enkel gezin zonder werk mag vallen!”(Patris Corde, art. 6)

Alvast aan iedereen die het toekomt een zalige vrije dag.

En vergeet ook niet eens een bezoek te brengen aan de Mariaplaatsen in onze Mariaparochie: de boskapel in Buggenhout en de kerk van O.-L.-Vrouw Geboorte in Lebbeke.

 

Geert C. Leenknegt

Priester

 

*Denise De Weerdt, 100 Jaar 1 mei. De geschiedenis van een strijddag. Antwerpen, Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven, 1990.

*Johannes Paulus II, Laborem Excercens, Rome, 1981.

*Franciscus, Patris Corde, Rome, 2020.

 

Zoeken