Patroonheiligen

Glasraam Sint-Gerardus Majella
Sint-Gerardus Majella
Heilige Teresia
Sint-Gerardus Majella
Teresia-ommegang in oktober

Patroonheiligen Sint-Gerardus Majella en Heilige Teresia

Bron: 'In geloof verbonden' - Steve De Maeyer

Uitgegeven ter gelegenheid van de viering van 100 jaar parochie Sint-Gerardus Majella in 2005

H. Gerardus Majella, onze patroonheilige, heeft zijn feestdag op 16 oktober. Wij vieren hem in onze parochie op een zondag omstreeks 16 oktober in een gezamenlijke eucharistieviering voor de gelovigen uit Buggenhout, Opdorp en Opstal.

H. Teresia is de tweede patroonheilige van onze parochie. Zij heeft haar feestdag op 5 oktober. Er is een beeld van Teresia in de kerk en buiten in de muren van de kerk zijn er de beelden die het leven van H. Teresia uitbeelden. Op een zondag omstreeks 5 oktober geven we er aandacht aan.

De nieuwe parochie kreeg als patroonheilige Sint-Gerardus Majella. Hij werd geboren in Muro (Italie) op 23 april 1726 als zoon van een kleermaker. Zijn vader overleed toen Gerardus nog jong was. Om het gezin te kunnen onderhouden werd hij zelf kleermaker. Als knaap diende hij in de kerk van O.-L.-Vrouw van Bijstand. Hij was zeer boetvaardig en zijn ideaalbeeld was de lijdende Christus. Hij wou zelf zijn zoals Christus in zijn lijden. Zo liet hij als boetedoening zich gewillig door kinderen afranselen. "Ook wij moeten sterven" was zijn slagzin. Die instelling bezorgde hem de bijnaam de dwaas van Muro.

In 1732 stichtte Sint Alfonsus-Marie de Liguori de orde van de Redemptoristen in Napels. Deze congregatie zou zich inzetten voor de missie in de katholieke landen. Zo ontstonden de tienjaarlijkse missies in de parochies. Gerardus maakte kennis met deze nieuwe orde toen in 1740 enkele monniken in Muro op bedeltocht kwamen. 

Toen de Redemptoristen in 1747 in Muro een grote missie kwamen leiden deed Gerardus een aanvraag om in te mogen treden in hun klooster van Caposele. Hij werd te tenger en niet bestand tegen het harde redemptoristenleven bevonden. Na veel aandringen werd Gerardus op 17 mei in hun klooster van Hiceto toegelaten. Zijn inkleding volgde eind 1749 en op 16 juli 1752 sprak hij zijn eeuwige geloften uit. In het klooster zette Gerardus zijn leven van versterving, boetewerk en geseling verder. Hij bezat een naïeve gehoorzaamheid en volgzaamheid. Op bevel van pater Cafaro, die zag hoe Gerardus zich uitputte, ging hij zijn boetewerk meer op het geestelijke leven, naar binnen, richten. Hij werd uitgezonden om te helpen bij grote missies in steden en dorpen.

Intussen breidde de bewondering voor "de dwaas van Muro" zich uit. Mensen kwamen Fratello Gerardo opzoeken. Tijdens zijn reizen naar de plaatsen waar missies doorgingen werden mirakels aan zijn aanwezigheid toegeschreven.

In november 1745 werd hij naar het klooster van Caposele gezonden om er portier te worden. Toen er hongersnood uitbrak vroeg hij toelating om giften uit te delen en alles op te offeren voor de armen. Toen ontstond ook de legende van de broodvermenigvuldiging van Gerardus. Hij werd echter ziek door de jaren van boetedoening, uitputting en ontbering. Hij overleed op 16 oktober 1755 op 29 jarige ouderdom. 

De devotie voor de uitzonderlijke Fratello Gerardo groeide en hij werd een populaire volksheilige. Op 19 januari 1904 werd hij door paus Leo XIII zalig verklaard en reeds op 8 december van dat jaar verklaarde de nieuwe paus Puis X hem heilig. Zijn verering groeide sterk. Hij wordt gevierd op 16 oktober. 

In dat licht valt te begrijpen waarom bij de oprichting van de parochie Opstal gekozen werd voor Sint-Gerardus Majella als patroonheilige. In deze periode was de devotie voor deze heilige zeer groot en de heiligverklaring lag bij iedereen nog vers in het geheugen. Ook Gent zal het idee om een nieuwe parochie van het bisdom aan hem toe te wijden genegen geweest zijn. Daarnaast was Sint-Gerardus Majella een heilige uit het volk, iemand met sterke principes, die voor velen solidariteit kon opbrengen. Waarschijnlijk sloten deze aspecten zeer goed aan bij het sociaal-religieuze aanvoelen van de Opstalnaars.

Om die devotie nog meer ingang te doen vinden gaf pater Redemptorist Van Peteghem op Allerheiligen 1906 toelichting bij het "gebed tot den H. Gerardus". "Dat wij zyne voetstappen mogen navolgen" werd benadrukt. Het volledig staan achter de eigen zaak en blijven strijden voor idealen, net zoals hun patroonheilige. Hadden de Opstalnaren dat niet eeuwenlang gedaan om zelfstandigheid te verkrijgen?